‘Hervinding’: geloof, evolutie en wetenschap
Gerard Jagers op Akkerhuis (18 nov 2016)

In zijn masterscriptie voor de Fontys lerarenopleiding in Tilburg onderzocht Gerben de Jong hoe gelovige jongeren de overstap ervaren van een bijbelse middelbare school naar het voortgezet onderwijs. Deze overstap is voor sommige leerlingen lastig, vooral bij scholen die de schepping onderwijzen als verklaring voor het ontstaan van alle soorten planten en dieren, terwijl wetenschappelijke vervolgopleidingen uitgaan van evolutie.


Scriptie De Jong

Hervinden


De ontwikkeling in het denken over geloof en evolutie wordt door de Jong aangeduid als een proces van ‘hervinden’. “Dit proces van hervinden is het proces van het vormen van een nieuwe mening over hoe hun geloof zich verhoudt tot de evolutietheorie en daarom maakt het proces van hervinden ook deel uit van de identiteitsontwikkeling” aldus de Jong. Hervinden vind ik een mooi woord omdat het duidelijk een actief ontwikkelproces weergeeft dat begint met verwarring en eindigt met nieuw gewonnen inzicht. De Jong vroeg zich ook af, hoe het proces van hervinden verzacht kan worden. Op dit laatste ga ik hier nader in. Hervinden bespreek ik als een complex proces van persoonlijke ontwikkeling.

Beginselen van geloof en wetenschap


Het proces van hervinden op het vlak van evolutie is onderdeel van bewustwording over de verhoudingen tussen wetenschap en geloof. Een letterlijke interpretatie van het scheppingsverhaal kan leiden tot de overtuiging dat soorten, waaronder de mens, in enkele dagen zijn geschapen. Dit is een zienswijze waarin geen plaats is voor afstamming en geleidelijke verandering van generatie naar generatie. Voor de onderbouwing van de evolutietheorie is geleidelijke verandering juist heel belangrijk. Het scheppingsverhaal en evolutie lijken daarom niet samen te gaan. Er is een proces van hervinden nodig. Hieronder werk ik uit hoe dit proces kan worden verzacht door evolutie op te vatten als patroon.

Op dit moment beschouwen veel mensen evolutie als een proces. Deze denkwijze heeft een lange historie. De Romeinen gebruikten ‘evolvere’ in de betekenis van uitrollen, ontwikkelen of veranderen. Darwin beschreef evolutie als: afstamming met verandering door variatie en selectie. Biologen beschouwen evolutie als de verandering in de genetische samenstelling van een populatie over generaties. Een nieuw inzicht is dat Darwiniaanse evolutie in de kern geen proces is. Waarom dat zo is leg ik uit in het boek Evolution and transitions in complexity (Jagers op Akkerhuis 2016), dat ik samen met vakgenoten heb geschreven. Kort gezegd hangt Darwiniaanse evolutie af van variatie en selectie. Variatie betekent dat dingen van elkaar verschillen. En ook bij selectie gaat het om verschillen tussen organismen die wel reproduceren en anderen die dat niet (of in mindere mate) doen. Een verschil is een oordeel over een patroon, het is geen proces. Daarom stellen wij voor om het begrip Darwiniaanse evolutie te beschouwen als een afspraak over een speciaal patroon dat afstamming, variatie, sterfte en reproductie verbindt. Er bestaan natuurlijk ook andere patronen, maar die heten geen Darwiniaanse evolutie.

Evolutie leren begrijpen als patroon, kan een bijdrage leveren aan het hervinden. Binnen een scheppingsbenadering ontstaan alle soorten plotseling, en veranderen daarna niet meer of heel weinig. Ook binnen een patroonbenadering treed over een of twee generaties meestal maar weinig verandering op. Toch is ook bij weinig verandering al sprake van evolutie zo lang het patroon maar herkenbaar is. Eigenlijk is voor een patroonbenadering niet eens zo relevant of er een natuurlijk proces of een god verantwoordelijk is voor het optreden van gebeurtenissen die leiden tot het patroon. Evolutie als patroon verzacht het hervinden omdat wie een klein evolutiepatroon doorgrondt ook kan begrijpen dat het samenspel en opeenvolging van grote aantallen van zulke kleine patronen, over honderden of duizenden generaties kan leiden tot veel grotere patronen die we herkennen als soortvorming.

Gedachten over schepping en evolutie staan niet op zichzelf. Zij zijn een onderdeel van het denken over de relatie tussen geloof en wetenschap. Een gelovige kan een verschijnsel toeschrijven aan goddelijke invloed. Een wetenschapper heeft daar moeite mee. In de wetenschap geldt namelijk dat als twee theorieën dezelfde verschijnselen verklaren, de eenvoudigste theorie voorrang heeft. Deze regel heet ook wel ‘Ockhams razor’. Ockhams razor is ook relevant voor evolutie. Wetenschappers gebruiken namelijk Ockhams razor om de eenvoudigste hypothese te vinden voor het ontstaan van soorten. En een hypothese die gebruik maakt van goddelijke invloed is relatief ingewikkeld, omdat dan zowel de soorten als het bestaan van een godheid moeten worden verklaard. Ockham zegt: het is eenvoudiger om vooruit te komen met een hypothese zonder godheid (zie ook Ellis 2016).

Een ander onderdeel van het proces van hervinden is het stellen van de vraag of de bijbel wel letterlijk is bedoeld? Hebben de teksten waaruit de bijbel is samengesteld oorspronkelijk misschien een allegorische betekenis? Waarom zijn juist de huidige hoofdstukken opgenomen in de bijbel, terwijl er veel meer geschriften bekend zijn uit de tijd van voor en na Jezus? Kan de bijbel ook worden beschouwd als een dynamisch document dat is aangepast aan de behoeften van de tijd, zoals van Schaik en Michel (2016) bespreken?

Persoonlijke ontwikkeling


Het proces van hervinden vraagt ook om persoonlijke ontwikkeling. Deels gaat het hierbij om veranderingen van de eigen identiteit. De identiteit heeft veel te maken met het beeld dat men van zichzelf heeft, en het beeld dat anderen hebben. Bijvoorbeeld, wanneer ben je een christen? Denkt iedereen daar hetzelfde over? Is het beter om christen te zijn dan moslim, of hindoe, of atheist? Identiteit heeft ook veel te maken met relaties met vrienden en kennissen. Als het proces van hervinden leidt tot een wetenschappelijke denkwijze die niet aansluit bij de kennissenkring kan dit leiden tot belangrijke persoonlijke uitdagingen.

De persoonlijke ontwikkeling tijdens het proces van hervinden gaat ook over de relatie die een persoon heeft met zijn of haar godheid. Vaak is een godheid iemand waarmee in gedachten ruggenspraak mogelijk is. Deze relatie kan zich ontwikkelen tot een externe vriend, een klankbord, een adviseur of ouder. Het kan tot verwarring leiden als twijfel ontstaat over het bestaan van een godheid die zo’n belangrijke persoonlijke rol vervult. Wat dreigt is dat een denkbeeldige goede raadgever/ouder verloren gaat. En omdat de rol van raadgever/ouder al vanaf jonge leeftijd een goddelijke invulling heeft gekregen, is weinig aandacht besteed aan de ontwikkeling van een eigen, innerlijke raadgever/ouder. In de psychologie hecht de zogenaamde Voice Dialogue methode (Stone & Stone 1993) groot belang aan een eigen innerlijke raadgever/ouder als basis voor persoonlijke ontwikkeling. Het werken aan een innerlijke ouder kan daarom ook een belangrijke stap zijn tijdens het hervinden.

Samenvattend


Bovenstaande inzichten kunnen studenten helpen met het ontwikkelen van een nieuwe kijk op de relatie tussen evolutie en geloof. Bij aanvang ontkennen ze op bijbelse gronden de evolutie. Vervolgens maken ze een stap naar een nieuwe wijze van beschouwing waarbij evolutie wordt begrepen als patroon, of een samenspel van opeenvolgende patronen. Dat evolutie berust op een afspraak over een patroon, biedt hierbij een neutrale kijk op de vraag of evolutie een theorie is of een feit. Een volgende stap in het hervindingsproces is het inzicht dat het scheppingsverhaal een relatief complexe hypothese is waarbij een extra verklaring nodig is voor de godheid. En men kan zich de vraag stellen of de bijbel letterlijk is bedoeld? Tenslotte kan tijdens het hervinden worden gewerkt aan de eigen identiteit en het ontwikkelen van een innerlijke ouder. Stap voor stap kunnen studenten zo hun inzichten over de relatie tussen geloof en evolutie, en tussen geloof en wetenschap ontwikkelen. Hervinden is geen reis met een vaste bestemming. Sommigen vinden argumenten om hun geloof anders te beleven. Anderen kiezen voor een leven waarin een naturalistische denkwijze centraal staat.

(Met dank aan Dick Melman voor suggesties bij de concept tekst).

Referenties


Ellis J (2016) How Science Works: Evolution. The Nature of Science & The Science of Nature
Jagers op Akkerhuis G.A.J.M. (2016) ed. Evolution and transitions in complexity. The science of hierarchical organization in nature. Springer.
Stone H & Stone S (1993) Embracing your inner critic: turning self-criticism into a creative asset. Delos Inc.
Van Schaik C en Michel K (2016) Het oerboek van de mens. Balans uitgeverij.